Welkom op het blog van Moeders zonder Grenzen

Welkom op het blog van Moeders zonder Grenzen
TWEE RARE FAMILIES BIJ ELKAAR.....!!! WAT EEN FEEST.....

maandag 26 september 2011

Bumbalu


Ha Esther,
Ebel zit in een nieuwe taxi. Dit keer is het een met alleen maar jongens en met een stoere en vrolijke chauffeur. Hij kwam voor de eerste rit al kennismaken en vertelde toen over zijn fijne club jongens.
‘Er is niemand bij die agressief of vervelend is,’ zei hij en hij keek wat naar me.
Gelukkig kon ik lachen en hem verzekeren dat Ebel dat ook nooit is.
Toen ik het zei, voelde ik me trouwens zo trots op Ebel die in al zijn problemen zijn waardigheid bewaart. Daar kunnen velen - ‘doe normaal man’- nog wat van leren!
Maar goed. Terug naar de taxi.
Er zit een lange jongen in die op een laptop huiswerk maakt.
‘Ik heb mijn aardrijkskunde nog niet af,’ moppert hij ’s ochtends.
Dan zit er een buitengewoon stoer mannetje met leren jackie in een stoer gepimpte rolstoel.
Hij zegt me vanaf de eerste dag vrolijk goedemorgen.
Daarachter zit een heel mooi jongetje in een rolstoel. Hij praat niet. Hij zit half ineengedoken.
‘Hij is als peuter heel naar gevallen en heeft daardoor een ernstige hersenbeschadiging opgelopen,’ zei de chauffeur de eerste dag zachtjes.
Zo, dat zet die hele discussie over prenataal screenen weer even op scherp!
Met Ebel erbij vormen ze een mooi viertal voor het kwartet van Kinderen met Beperkingen.
Elke ochtend stapt Ebel blij in, ik stap dan ook even in en zeg ze allemaal gedag.
Afgelopen week gebeurde daarbij iets heel bijzonders.
Ik zag dat het kleine mannetje een speelgoedding van de clown Bumbalu op zijn rolstoelblad had staan.
Ebel heeft jaren naar die clown gekeken en ik kan dan ook precies dat rare stemmetje nadoen.
‘He,’zei ik tegen het mooie en stille jongetje. ‘Heb jij speelgoed van Bumbalu?’
Meteen keek hij op, door die naam en het rare stemmetje wist hij precies wat ik bedoelde.
Zijn donkere ogen straalden naar me en ik deed de naam nog een keer na. Hij bleef kijken terwijl ik ze een fijne dag wenste en weer uitstapte.
De volgende dag stapte ik weer in, hij keek op. Op zijn rolstoelblad stond een ander speelgoedding.
‘He,’zei ik. ‘Heb je Bumbalu niet mee?’
Dit keer kreeg ik een grote glimlach.
En ik was zo raar gelukkig door dit alles. Gelukkig om wat ik door Ebel heb geleerd: dat er altijd een ingang is, dat er altijd contact kan zijn. Dat geen enkel mens een eiland is of wil zijn.
Verder hadden we een idiote week met zulke vreemde ontwikkelingen dat ik me af en toe afvroeg of ik ze allemaal nog op een rijtje heb en ik werd ook best ongelukkig van alles.
Die paar momenten met Bumbalu hielpen mij om mijn plezier meteen terug te vinden.
En jij, had je een goede week?

Hé Willemien,
How low can you go??
Dat denk je uiteraard meteen als jij schrijft dat je gelukkig wordt van Bumbalu.
En of je ze allemaal op een rijtje hebt? Ik denk het niet eerlijk gezegd.
Gelukkig niet.
En troost je, ik ook niet. Als wij ze allemaal op een rijtje zouden hebben zouden we lang niet zo blij zijn als nu!!
Zolang als Joris al naar school gaat breng ik hem zelf. Vroeger met de auto, tegenwoordig met de fiets.
Gelukkig kan dat. Dat ik hem zelf breng. Ik heb niets tegen het busvervoer, zeker niet tegen de aardige, vriendelijke buschauffeurs maar ik ken ook de andere zijde, net als jij!
Ik heb taferelen gezien, daar lusten de honden geen brood van. Schreeuwende chauffeurs, kinderen die aan de armen in of uit de bus worden getrokken en een hoop woede en strijd onder de leerlingen die meereden.
Ik snap jou chauffeur dus wel als hij zegt dat hij zo blij is met zijn rustige bus!!! Ik gun het hem ook…
Maar goed, Joris wordt altijd door mij gebracht en gehaald.
Dat gaf mij ook de kans om op het schoolplein rond te kijken, iedere dag weer.
De eerste jaren vond ik dat moeilijk. Dat kleine mannetje met die grote bruine ogen met die rugzak die net te zwaar voor hem was.
Hij stond daar tussen al die kinderen waarvan ik vond dat ze toch écht wel anders waren dan mijn kerel.
Inmiddels kijk ik met andere ogen.
Als Joris en ik aan komen fietsen staat het plein al vol. We hebben ’s-morgens een strak schema. Eerst Sophie naar school en dan rijden we snel verder. Beiden beginnen ze om half negen, reuze handig!!
We parkeren de fiets en lopen het schoolplein op.
Er staat iedere ochtend een meisje. Ze praat niet maar haar geluiden en bewegingen zijn enthousiast… Ik vraag haar of ze zin heeft in school en enthousiast zegt ze een soort van “ja”. Ze beweegt daarbij wild met haar armen. Ik vraag het haar iedere dag en iedere dag weer “zegt”ze ja, op haar manier.
Dan komt een meisje met het syndroom van Down naar me toe, “Goedemorgen meid”, zeg ik, “Heb je je mooie lippenstift weer op?!” Blij kijkt ze me aan en ze tuit haar lippen nog eens extra. Iedere morgen dus getuite lippen van haar…
En dan hebben we nog Henkie, ik hoop dat ik zijn naam mag noemen...
Een olijke, spontane jongen die altijd even vrolijk groet en me dan een hand geeft en vraagt “Hé, hoe gaat het mevrouw?” Ik moet iedere ochtend wéér om hem lachen.
Er wordt om ons heen ook vriendelijk gegroet, “Hoi Joris”….. Joris zegt mééstal niets terug.
Ik wel.
Bij Ebel in de bus zit dat jongetje, zijn spreekbuis is Bumba.
Bij Joris op school sta ik naast hem. Een soort reuzen-Bumba zeg maar...
Maar, wat ik dus eigenlijk wilde zeggen, ja, ik snap je!
Die paar vrolijke gezichten ’s-morgens, die onbevangen blijheid, die scheef gestifte lippen en die stoere vent. Ze maken me blij, écht blij.
En als ik dan weer naar huis fiets, glimlach ik.
Helaas zit achter die glimlach ook verdriet. Verdriet om de zoektocht, het altijd vechten, het nooit meer onbezonnen zijn en nog véél meer.
Mijn buurvrouw had daar laatst een hele mooie uitdrukking voor: levend verdriet.
Maar je vroeg of ik een goede week had?!
Deze week was ik héél gelukkig en ook héél ongelukkig. Bij mij ligt dat soms zó dicht bij elkaar!
En het had deze keer niet eens met Joris te maken.
Weet je, ik denk dat ik zo eens een filmpje op ga zetten, van Bumbalu…. Zullen we samen kijken?!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten